header header header header

Nachtelijke telling levert schat aan informatie op

Het winnen van zand en grind gaat gepaard met een ingreep in het landschap. Om iets terug te doen voor de mensen, en de flora en fauna in de omgeving van het Azewijnse Broek wordt al jaren gewerkt aan natuurontwikkeling. Maar hoe brengen we het succes van deze inspanningen in kaart? Door simpelweg te tellen! Recentelijk is de inventarisatie van nachtvlinders op het Azewijnse Broek uitgewerkt door kenners Wim Gerritsen en Charles Naves. In het jaar 2021 zijn 59 soorten nachtvlinders waargenomen die nieuw zijn voor het Azewijnse Broek. Hiervan zijn 5 soorten gemarkeerd als ‘zeldzaam’ en is 1 soort zelfs als ‘zeer zeldzaam’ gemarkeerd.

Van nature is het gebied rondom het Azewijnse Broek een uitgestrekt broekgebied met houtwallen en kleine broekbosjes geweest. Een gedeelte van het gebied waar geen winwerkzaamheden meer plaatsvinden is inmiddels ingericht, met veel ruimte voor natuur. Rondom de plas liggen verschillende meidoornhagen, graslanden, sloten, bosjes, rietkragen, poelen, ruigten en open zandgebieden. Het gebied is voortdurend in ontwikkeling, en kent vele verschillende biotopen. Dat maakt dat er sinds het begin van de nachtvlinderinventarisaties maar liefst 544 verschillende soorten zijn waargenomen. In totaal kent Nederland 2.200 soorten nachtvlinders.

Boven: Lindepijlstaart (m) Onder: Populierenpijlstaart (m)

 

 

 

 

Ligusterpijlstaart (m)

 

 

 

 

Gestippelde houtvlinder (m)

 

 

 

 

Een groep vrijwilligers – echte gebiedskenners – trekt ieder jaar meerdere malen het veld in. Nachtvlinders worden geïnventariseerd met behulp van een laken en witte lampen. De nachtvlinders worden aangetrokken door het licht en als zij vervolgens op het laken gaan zitten rusten, kunnen zij goed worden waargenomen, gefotografeerd en gedetermineerd. Op een inventarisatieavond wordt de lamp een half uur na zonsondergang aangezet. Meestal komt pas na 02.00 uur een eind aan dit nachtwerk! In het najaar worden er ook inventarisaties gedaan met smeer (zoete lokstoffen). Hierbij wordt een mix van wijn en suiker op enkele bomen met een plantenspuit gespoten. De nachtvlinders komen hierop af om te foerageren. Door deze methode zijn er in het gebied al hele bijzondere soorten ontdekt.

Behalve (nacht)vlinders, tellen de vrijwilligers ook vogels, padden, schimmels en paddenstoelen. Hoe meer data zij verzamelen, hoe meer trends zij kunnen identificeren, en hoe meer ze ons kunnen vertellen over het functioneren van het (eco)systeem als geheel. Het voorkomen van één soort, zegt namelijk meer dan je in eerste instantie zou denken! “Voor nachtvlinders geldt dat zij als rups en vlinder een belangrijke voedselbron zijn voor vogels en vleermuizen. Het broedsucces van veel vogels is zelfs afhankelijk van de aanwezigheid van rupsen. Eenmaal vlinder, zijn zij bestuiver van bloemen. Nachtvlinders hebben daarom een centrale plek in ons ecosysteem. Het is dus van belang om aantalsveranderingen nauwkeurig te volgen”, aldus Wim Gerritsen.

 

 
Delen via:

Meer nieuws